DE ISRAEL LOBBY IS VERHUISD! ADJUST YOUR BOOKMARKS!

Alle logs staan nu (ook) op eindpunt HOTEL TERMINUS http://eindpunt.blogspot.com

(u kunt hier niet meer reageren)

Dit weblog zal over enige tijd verdwijnen

15.5.10

Heilig-landjepik

Amnesty Nederland | Simone Korkus | uit Wordt Vervolgd, februari 2010


Um Faqara – Dit is de zuidelijkste punt van de Westelijke Jordaanoever. Een handvol primitieve krotten gebouwd op holen in de grond in een gortdroog rotslandschap. Het is middag en het lijkt uitgestorven, afgezien van twee geiten die grassprietjes tussen de rotsen proberen los te trekken. Abir, een moeder van drie kleuters, zit voor haar grot. Vanochtend is ze gevallen. Haar arm is opgezwollen en paarsblauw verkleurd. Waarschijnlijk is hij gebroken, maar de dichtstbijzijnde kliniek in At Tuwani (IPS: Palestijnse kinderen moeten spitsroeden lopen), twintig kilometer verderop, is alleen op woensdag open. En vandaag is het zondag.

Ze wenkt ons binnen. In de grot is het donker en klam. Een vuurtje zorgt voor verwarming en doet dienst als fornuis. De tijd lijkt hier te hebben stilgestaan. Er is geen elektriciteit, geen waterleiding (eens in de twee weken levert een tankwagen water), en er zijn geen wegen of auto"s.

"Nog niet zolang geleden", vertelt Abir, "stonden hier huizen, een moskee en twee waterputten. Ons dorp dateert uit het begin van de twintigste eeuw en de elf families die er nu wonen, zijn directe nazaten van die eerste Palestijnse bewoners. De mannen zijn herders, we leven van ons land en we hadden nooit problemen."

Maar dat was vroeger. Sinds tien jaar spelen de Israëlische overheid en het leger een sinister kat-en-muis met de bewoners. De mannen waren in de vroege ochtend met hun kuddes vertrokken, de vrouwen waren alleen thuis. Plotseling vielen Israëlische tanks het dorpje binnen en maakten alles met de grond gelijk. De bewoners vluchtten de heuvels in. Volgens Israël hadden ze geen bouwvergunning, maar dat noemt Abir absurd want de huizen waren er immers al vóór de Israëlische bezetting. In 2000 eisten de bewoners bij de Israëlische rechter teruggave van het land en een bouwvergunning. Die zaak is nog steeds in behandeling.

Abir: "Toen we niets hoorden, besloten we terug te keren en zijn we in deze grotten gaan wonen. Maar nu hebben we zelfs een sloopaanzegging voor de grotten! En onze gloednieuwe moskee [een schuurtje van zes vierkante meter, SK] staat op de lijst om afgebroken te worden."

De vraag is: welk belang heeft Israël bij de afbraak van elf krotten in een uitgestorven gebied? En waar moeten de bewoners nu naartoe?

Khaled Ammayreh, Palestijns journalist en medeoprichter van The Palestinian Information Center (PIC), heeft de zaak onderzocht. "Afbraak van huizen en ontruiming komt momenteel overal in de Westoever voor. Zo"n 140 Palestijnse dorpen in de zogenaamde C-zone (zie kader) worden met afbraak bedreigd. Israël beschouwt deze zone, die 60 procent van de Westoever beslaat en waar Joodse nederzettingen zijn gebouwd, als Israëlisch gebied."

Volgens Ammayreh heeft Israël gedurende de bezetting van de Westoever verschillende methoden gebruikt om land voor kolonisten te verkrijgen: door Palestijnen collectief te verdrijven via ontruimingen en sloop. Officieel argument is doorgaans dat Palestijnen er illegaal wonen, dat ze weg moeten om veiligheidsredenen of dat het land nodig is voor militaire doeleinden. Huisuitzettingen treffen vooral de zwakste en armste Palestijnse gemeenten, in afgelegen gebied of ingesloten door Joodse nederzettingen of de Muur. De meeste bewoners zijn boeren of herders. Hun land is hun bron van inkomsten, het verlies brengt ze aan de bedelstaf.

Ammayreh: "Omdat Israël weigert Palestijnen in de C-zones water en elektriciteit te leveren, scholen te bouwen en infrastructuur aan te leggen, zijn de leefomstandigheden zo onhoudbaar dat vooral de jongere generatie wegtrekt naar de steden." Ouderen blijven vaak rondzwerven bij de vernielde woning, leven in tenten of trekken in bij familie.

De jongeren trekken naar de A-zones, zoals Ramallah, Tubas, Bethlehem en Hebron. Die steden worden door de Palestijnse Autoriteit bestuurd en zijn veiliger, redeneren ze. Maar ook daar heerst werkeloosheid en overbevolking – vaak zijn ze op dat gebied nog slechter af dan in hun oorspronkelijke woonplaats, weet Ammayreh.

Een kapotgereden toegangsweg leidt naar het vijfhonderd jaar oude dorp At Tuwani. Hier moeten volgens Israël de net nieuwe kliniek (betaald door de internationale gemeenschap) en de veertig jaar oude streekschool met zijn honderd leerlingen worden afgebroken. Deze bouwwerken zijn illegaal, zegt Israël.
Psycholoog Alla Awasish, betrokken bij een sociaal-psychologisch project in de gemeente, beschrijft het als volgt: "De mensen leven hier onder constante dreiging. Ze zijn bang om hun huis, school en kliniek te verliezen. Ze zijn bang voor de Joodse kolonisten uit de nabijgelegen nederzettingen, die soms het dorp binnenvallen en vernielingen aanrichten. Hun sociaal-economische omstandigheden zijn erbarmelijk. De meeste gezinnen leven van minder dan vijftig eurocent per dag. Sommige kinderen zijn ondervoed."

Kunnen de bewoners, als Israël de huizen sloopt omdat ze onwettig zijn, niet gewoon een bouwvergunning aanvragen? Nee, zegt Alon Cohen-Lifshitz, Israëlisch architect en planoloog van Bimkom, een mensenrechtenorganisatie die toeziet op infrastructuur en planologie. "De C-zone is al grotendeels verboden terrein voor Palestijnen. In 1967 nam Israël 70.000 hectare zogenaamd “staatsland” over van Jordanië. In de jaren zeventig werden nog eens duizenden hectare Palestijns privé-land via militaire orders geconfisceerd. Daar werden Joodse nederzettingen gebouwd. Sinds 1979 mag dat niet meer van de Hoge Raad, dus gebruikte Israël een ander middel. De regering verklaarde nog eens 30 procent van de Westoever tot “Israëlisch staatsland”, dat Palestijnen niet mogen gebruiken. Tel daarbij op de duizenden hectare die Israël inmiddels tot natuurgebied, inspectiezone en veiligheidsgebied heeft verklaard en het uitgebreide wegennet dat alleen voor kolonisten toegankelijk is, dan blijft er nog 30 procent van de C-zone over voor Palestijnen. Maar", besluit hij, "door een zeer restrictief Israëlisch bouwvergunningenbeleid kunnen Palestijnen effectief maar op 1 procent van dat land bouwen."

In de C-zones hadden inwoners aanvankelijk via lokale plancommissies inspraak op de bestemming van land en op de toekenning van bouwvergunningen. Maar in 1971 vaardigde Israël een militaire order uit (lokale wetten afschaffen mocht het niet, als bezettende macht) die die lokale plancommissies voor Palestijnen afschafte en het verlenen van bouwvergunningen uitsluitend via de Israëlische Civiele Administratie liet lopen. Voor Israëlische inwoners gold deze order niet. De Palestijnen staan dus buitenspel wat betreft wijzigingen of aanvullingen op bestemmingsplannen en de verlening van bouwvergunningen. De Civiele Administratie gebruikt sterk verouderde Britse bestemmingsplannen uit 1940 om de sloop van woningen en het afwijzen van bouwvergunningen te rechtvaardigen.

Per jaar verstrekt de Civiele Administratie dertien bouwvergunningen aan Palestijnen, wat bij lange na niet voorziet in de natuurlijke groei van de 150.000 Palestijnen in de C-zone. Dus bouwen ze zonder vergunning en vaardigt Israël iedere maand vijftig sloopbevelen uit. In 2009 werden die bevelen in totaal 240 keer uitgevoerd. De Joodse kolonisten hebben intussen wel hun eigen planningscommissies en geven zelf vergunningen af.

Bimkom probeert deze ongelijkheid aan de kaak te stellen. Cohen-Lifshitz: "We tekenen beroep aan tegen beslissingen van de Civiele Administratie, begeleiden Palestijnse gemeenten bij het aanvragen van vergunningen en particulieren in rechtszaken. Onlangs hebben we een uitgebreid onderzoeksrapport gepubliceerd over het beleid in de C-zones, dat gedeeltelijk door de Verenigde Naties is overgenomen."

Volgens de Vierde Geneefse Conventie mag Israël geen gebouwen slopen en geen grond confisqueren of onteigenen die aan Palestijnen toebehoort. Israël mag ook geen eigen burgers naar bezette gebieden verhuizen. Volgens de VN is Israël bovendien verantwoordelijk voor de voorziening in de eerste levensbehoeften van de bezette bevolking en voor hun mensenrechten, waaronder het recht op een woning.
In de praktijk worden volgens Cohen-Lifshitz consequent eigendomsrechten van Palestijnen geschonden door Joodse kolonies te vestigen, Palestijns land te confisceren en infrastructuur aan te leggen die alleen voor kolonisten toegankelijk is. Cohen-Lifshitz schat dat het Israëlische beleid de sociaal-economische rechten van een miljoen Palestijnen schendt: de 150.000 inwoners van het gebied plus de Palestijnen die land en bezittingen in de C-zone hebben maar elders wonen.
Israël zelf bestrijdt dat sprake is van schendingen. Op de Westoever hebben eeuwenlang Joden gewoond, waarom zou dat nu dan niet meer mogen? "Als Israëliërs geen huizen op de Westelijke Jordaanoever mogen bouwen, dan moet het ook aan Palestijnen verboden worden. Dit is betwist gebied", zei de Israëlische premier Netanyahu onlangs.

Vlak bij At Tuwani ligt de Joodse nederzetting Maón. Achter een ijzeren toegangspoort (Palestijnen worden niet toegelaten) ligt een keurige pastorale wereld met asfaltwegen, geïrrigeerde grasvelden, een supermarkt en woonblokken. Aan de dorpsrand verrijzen nieuwe wooneenheden. Dertig jaar geleden werden weidegronden van At Tuwani en andere Palestijnse dorpjes tot militaire zone verklaard en verrees Maón als paramilitaire outpost. Tegenwoordig is de nederzetting met zestig Joodse families en een melkbedrijf met 400 koeien een van de grotere zuivelproducenten. De woonlasten zijn laag en Israël verleent vestigingssubsidies: een perfecte locatie voor jonge Israëlische boeren.

"Kijk, daar ligt ons dorp." Burgemeester Achmed van het dorp Soesia wijst naar een groep verlaten huizen zo"n halve kilometer verderop. Tijdens opgravingen vond men hier overblijfselen van een synagoge. Enkele maanden geleden laadde het Israëlische leger de bewoners van Soesia in bussen om ze op dit braakliggende terrein weer uit te spuwen. Soesia werd een soort bedevaartsoord voor religieuze kolonisten en iedere Palestijn die in de buurt durft te komen, loopt het risico door soldaten te worden beschoten.

Inmiddels is achter het oude dorp een nieuw Soesia verrezen: een Joodse nederzetting. Achmed, pragmatisch: "We proberen hier een nieuw leven op te bouwen. We wekken onze eigen elektriciteit op met zonnepanelen en windmolens. Dankzij internationale en Israëlische hulp is er een watervoorziening. Onze kinderen gaan met busjes naar school en onze tenten worden hopelijk vervangen door nieuwe woningen." Al zijn optimisme ten spijt werd dit gebied onlangs tot militaire zone verklaard. Wat nu, vraag ik. Achmed haalt zijn schouders op: "Ik zie geen oplossing. Als ze nu mijn tent afbreken, dan bouw ik hem gewoon weer op, want dit is mijn land. Hier wil ik wonen."


Zone C
De Oslo-akkoorden (1993) verdeelden de Westelijke Jordaanoever in drie zones. In zone A (17 procent) is de Palestijnse Autoriteit (PA) verantwoordelijk voor de veiligheid; in B (24 procent) heeft de PA de civiele macht maar ziet Israël toe op de veiligheid; zone C (59 procent) wordt volledig door Israël bestuurd. Volgens "Oslo" zou Israël het bestuur over zone C geleidelijk aan de Palestijnen overdragen maar dat is nooit gebeurd. Organisatie Save The Children deed vorig jaar onderzoek naar gedwongen ontheemding in zone C (a.g.v. gedwongen ontruiming, sloop op grond van illegale bouw, gebrek aan voorzieningen en landconfiscatie) in zone C en concludeerde dat:
  • tienduizenden Palestijnse families hun woning dreigen te worden uitgezet;
  • 49 procent van de Palestijnen sinds 2000 minstens een keer met ontruiming te maken heeft gehad;
  • slechts 37 procent van de Palestijnen er voldoende te eten heeft;
  • 92 procent geen toegang heeft tot medische voorzieningen.
Een VN-rapport uit december 2009 stelt dat:
  • Palestijnse bouw in 70 procent van zone C (oftewel 44 procent van de Westoever) effectief door Israël verboden is omdat die grond tot staatseigendom is verklaard of tot gesloten militair terrein;
  • vergaande beperkingen de aanvraag van bouwvergunningen door Palestijnen in de resterende 30 procent van zone C praktisch onmogelijk maken;
  • sinds 2000 in zone C 2450 Palestijnse bouwwerken zijn afgebroken wegens het ontbreken van een bouwvergunning
Lees de rapporten op www.amnesty.nl/wordtvervolgd


As settler violence escalated, even children on their way to school in At’tuwani were not spared. Eventually, the Israeli Army agreed to provide an escort for children traveling from Taba to At’tuwani for their daily classes. Ironically, the same soldiers would invade the villages at night. One can only wonder whether the children think of the soldiers as protectors or agents of oppression. Taken on February 24, 2009.